Een vroege Theeketel

Dit uiterst charmante model ketel, voorzien van rijke decoratie, wordt vaak als typisch Fries gezien. Dankzij dit uitzonderlijke vroege exemplaar weten wij nu dat de inspiratie voor Friese theeketels zijn oorsprong vindt in Den Haag.

De maker, Willem van Batenburg, werd op 25 oktober 1701 in het eedboek van Den Haag opgenomen. Een van zijn leerjongens was Hidde Halbertsma uit Dokkum die vanaf 1706 bij Van Batenburg het vak van zilversmid kwam leren. Hierna vestigde Halbertsma zich in het Friese Gorredijk. Het is heel wel mogelijk dat hij degene is die dit model ketel in Friesland geïntroduceerd heeft. Van Batenburg overleed in 1724. Er zijn niet veel stukken van zijn hand bekend. Naast dit fraaie keteltje zijn er drie prachtige voorname bokalen met deksel bekend waarvan er twee in 1706 en een in 1709 vervaardigd zijn.

Lambrequins

Dit theeketeltje is fraai gedecoreerd met knerrenranden en randen met acanthusbladeren. Daartussen is een rij lambrequins met kwasten eraan uit het zilver gedreven. Van Batenburg heeft in de randen van deze lambrequins en in de kwasten een natuurlijke stof weergave weten te creëren. De knerren decoratie is ook terug te vinden in het scharnier en het om het ebbenhout van het hengsel. De achtergrond rondom de gedreven ornamenten is gematteerd waardoor er een diepte effect ontstaat.
Lambrequins of decoratieve draperieën worden in de architectuur toegepast ter verfraaiing van gebouwen of interieurs. De oorsprong leidt terug naar de 15e eeuw, toen het hoofd bedekt werd met een gedrapeerde stof. Op de portret schilderijen van de Vlaamse primitieven zoals Rogier van der Weyden of Jan van Eyck zijn daar mooie voorbeelden van te zien. Het gebruik van draperieën is ook terug te vinden in de heraldiek waar het als bekroning van een wapenschild wordt gebruikt. In Nederlands zilver is dit ornament voornamelijk terug te vinden in de Lodewijk XIV stijlperiode.

Thee

Uit deze ketel werd thee geschonken. Fijn gemaakte theeblaadjes werden in de theepot gedaan en overgoten met gekookt water. Om te voorkomen dat deze theeblaadjes in het theekopje terecht zouden komen zijn aan de binnenzijde van de ketel, bij de aanhechting van de tuit, kleine gaatjes gemaakt zodat de thee gezeefd uitgeschonken kan worden. Van de zeer sterke thee werd een klein laagje in het kopje geschonken een aangelengd met gekookt water uit de bouilloire. Deze manier van theeschenken was usance in de 17e en 18e eeuw en verklaart het kleine formaat van de theeketels en –potten uit die tijd.

Literatuur

Fries Goud en Zilver 2015, vol III page 756

Share

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.

Vorige Zilver overzicht Volgende

Ontvang onze nieuwsbrief

Inschrijven