Deze verfijnd gesneden hardstenen broche is een bijzonder juweel uit de Art Deco-periode. Ernst Paltscho ontwierp het boompje in goud, met fijn gesneden blaadjes van nefriet, geplaatst in een rood geëmailleerde pot waarvan de rand bezet is met diamanten. Een vergelijkbare bonsaibroche, eveneens vervaardigd in de jaren 1920, bevindt zich in de collectie van het British Museum (onderdeel van de Hull Grundy-schenking).
Bonsai
De kunst van de bonsai is een eeuwenoude vorm van esthetische expressie die zijn oorsprong vindt in het Chinese keizerrijk. Daar werden al meer dan 2000 jaar geleden miniatuurlandschappen gevormd, vaak gebruikt door taoïsten voor meditatie en contemplatie. Hoe groter het verschil tussen het originele landschap en de miniatuur versie, hoe krachtiger de spirituele werking was de veronderstelling. In de 13e eeuw werd deze traditie door Japan overgenomen en verder ontwikkeld tot de bonsaikunst zoals wij die nu kennen – het telen van een enkele, perfect gevormde boom in een pot (bon-sai betekent letterlijk ‘geplant in een pot’).
Nefriet
Nefriet Jade is een verzamelnaam voor twee mineralen: jadeïet en nefriet. Jadeïet, afkomstig uit Birma, is de meest kostbare soort, terwijl nefriet, dat al eeuwen uit West-China wordt gewonnen, de oudere variant is. Alleen jadeïet jade en nefriet jade worden tot de echte jade gerekend. Tegenwoordig komt het grootste deel van de wereldproductie van nefriet uit Brits-Columbia, Taiwan en de Verenigde Staten. In deze broche is gebruikgemaakt van nefriet van een mooie diepgroene kleur.
Art Deco
In het eerste kwart van de twintigste eeuw bloeide de Art Deco-stijl op, een stroming die moderniteit, kleur en exotische inspiratie combineerde. Ontwerpers lieten zich inspireren door verre culturen en verwerkten materialen als onyx, koraal, jade, lapis lazuli en nefriet in hun ontwerpen. De smaak voor het exotische en de fascinatie voor het Oosten waren geen recente verschijnselen, maar het aantal tijdschriften en boeken dat nu over dit onderwerp beschikbaar was, bood de mogelijkheid om de bekendheid met buitenlandse kunstuitingen te vergroten. De belangstelling voor Japanse kunst werd opnieuw aangewakkerd en bood de Europese kunstenaars een nieuwe bron van stilistische motieven. Deze broche, met zijn gestileerde bonsaivorm en contrasterende materialen, is daar een prachtig voorbeeld van.
Ernst Paltscho
Ernst Paltscho (1858–1929) trad in 1881 toe tot het juweliersbedrijf van zijn vader Carl in Wenen. Hij werd hofjuwelier van het Griekse koningshuis en werkte voor de Oostenrijks-Hongaarse aristocratie. In 1914 verhuisde hij samen met Emil Biedermann naar het centrum van Wenen onder de naam Biedermann & Paltscho. Zijn zoon Erwin zette het bedrijf voort en verwierf internationale erkenning op tentoonstellingen, met name in Londen (1934) en op de wereldtentoonstelling in New York (1964) waar hij naam maakte door het gebruik van de kleurrijke en fraai geslepen edelstenen in combinatie met uitzonderlijke vakmanschap.
Gekeurd met het Oostenrijkse gehaltemerk voor 18 karaat goud en het meesterteken E.P. voor Ernst Paltscho.