Mopjestrommels of liedboektrommels werden meestal vervaardigd uit walvisbalein, hout of schildpad. Ze verschenen in het laatste kwart van de 17e eeuw in het noorden van Nederland en vormen een typisch voorbeeld van Nederlandse volkskunst.
Het woord mopjes, betekent ‘deuntjes’ of ‘liedjes’. In de zeventiende eeuw bewaarden dames uit de Zaanstreek hun gezangboeken in dergelijke doosjes, die zij meenamen naar de kerk of wanneer zij vriendinnen bezochten voor de thee om samen muziek te maken. De doosjes werden aan de arm gedragen met behulp van het hoge handvat. Dit miniatuur is een natuurgetrouwe weergave van een oorspronkelijke mopjestrommel, die was opgebouwd uit duigen bijeengehouden door metalen banden.