Een 17e eeuws Makelaarsstokje

Opdat koopluijden versekert mogen sijn dat sij hunne partijen met geadmiteerde Makelaars hebben gedaan soo sullen alle Makelaars verpligt zijn in ’t aan-presenteren en sluyten der partijen te vertonen hun makelaars stafjes, stokjen of teken waarop het wapen en merk uytgedrukt staat. Aldus vermeld in de handvesten van Amsterdam uit 1636.

Dit palmhouten makelaarsstokje met zilveren uiteinden, ook wel ‘baton’ genoemd, was eigendom van Cornelis van den Heuvel, makelaar in Amsterdam vanaf 1699. Deze zoon van Pieter Cornelisz van den Heuvel, 's Heren dienaar, en Marieke van Zittert, wordt op 24-jarige leeftijd poorter als koopman en dertien jaar later, op 29 januari 1699, makelaar, hetgeen hij tot zijn dood toe blijft. In de “Lyste der Namen en Woonplaatfen van de Makelaars”, uit 1733 waarin alle Amsterdamse makelaars vanaf 1681 zijn opgenomen, staat dat hij makelde in Moscovische waren en papieren. In 1731 woonde hij op de Prinsengracht, in 1740 op de Lauriersgracht.

Papier en Moskovische Waren

Samen met anderen maar ook alleen veilde Van den Heuvel regelmatig partijen papier. Uit bewaard gebleven advertenties uit 1721 en 1722 blijkt dat dit gebeurde in de Brakke Grond in Amsterdam. Samen met Johan Staats en Hendrick Linquet kondigde hij een veiling aan van ‘Franse schrijf en druk-papieren, van verscheyde formaten en van de beste meesters’. Het betrof aanzienlijke hoeveelheden, 4500 en 6000 riemen. De term "riem" is afgeleid van het Arabische woord "rismat", wat "bundel" of "pak" betekent. Eén riem stond gelijk aan c. 500 vel papier. In 1724 en 25 zien we zijn naam terug in de aankondigingen van veilingen van Moscovische waren. In de 17e eeuw importeerde de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden diverse goederen uit Moskovië, het huidige Rusland. De belangrijkste waren: huiden, bever- en marterbont, vlas, hennep, hout, pek en teer. Deze producten waren essentieel voor de Nederlandse scheepsbouw, textielindustrie en andere economische sectoren.

Een Goed Makelaar

Op 8 oktober 1578 werden de eisen waaraan een makelaar moest voldoen in een verordening (wet) vastgesteld: een goed makelaar moest betrouwbaar, nauwkeurig en eerlijk zijn. Hij moest geheimhouding betrachten ten aanzien van de opdrachten van zijn meesters en niet bij een koopman aanlopen die al van een andere makelaar is voorzien. Eisen die tegenwoordig nog steeds aan een makelaar worden gesteld. Een maand later, op 8 november 1578, werd in Amsterdam het makelaarsgilde opgericht. Met dit gilde probeerden de makelaars het niveau van vakbekwaamheid te handhaven en de misdragende leden aan te pakken.

Baton

Deze wet kon echter niet voorkomen dat ook illegale bemiddelaars bleven bestaan. Om een erkende makelaar van een beunhaas te onderscheiden werd in een keur van het jaar 1636 bepaald dat de makelaars bij het sluiten van een koop, verplicht waren hun ‘baton’ te laten zien. Dit korte sierlijke stokje was gemaakt van gedraaid hout met aan beide uiteinden zilveren beslag. Aan het ene uiteinde was in het zilver het stadswapen van Amsterdam aangebracht en op het andere het monogram van het makelaarsgilde: MKRS (vanaf 1736 zonder L), en in de gladde band aan de zijkant de naam van de makelaar met het jaartal van zijn aanstelling. Dit stokje diende als bewijs dat de makelaar bevoegd was. Het bleef tot c. 1850 in gebruik.

Inkomgeld

Er kwamen steeds meer makelaars. Rond 1767 stonden er in Amsterdam ruim 500 geregistreerd. Makelaars betaalden voor het ‘inkom-geld’ in het gilde veertig gulden en daarnaast drie gulden voor het stokje. In die tijd een hoog bedrag. Voorts moest iedere makelaar bij zijn inkomen in het gilde en vervolgens alle jaren nog dertien gulden en vier stuivers betalen voor jaargeld, ambtgeld en brandgeld. Het brandgeld bedroeg een jaarlijkse som van zeshonderd gulden die het makelaarsgilde jaarlijks aan de stad Amsterdam betaalde om van het brandblussen- waartoe makelaars net zoals andere gildebroeders verplicht waren, bevrijd te zijn.

't Makelaers Comptoir

In 1613 werd een huis op de noordhoek van de Nieuwezijds Voorburgwal en de Nieuwstraat aangekocht om als gildehuis te dienen. In 1633 werd het afgebroken en werd er een gildehuis gebouwd, dat nu nog bestaat: 't Makelaers Comptoir oftewel "Makelaarskantoor"; een van de weinige nog bestaande gildehuizen van de stad Amsterdam.

Stapelmarkt

In de middeleeuwen kenden handelssteden met een stapelmarkt al makelaars die de transacties tussen koper en verkoper tot stand brachten. Stapelmarkten waren plaatsen waar producten van over de hele wereld naartoe vervoerd werden om te worden doorgevoerd of voor een bepaalde tijd te worden opgeslagen. Hierdoor konden prijsschommelingen beperkt worden en had de markt een constante bevoorrading tot haar beschikking.

Keur van Dordrecht

In Nederland stamt het eerste bewijs van het beroep makelaar uit 1284. Toen gaf graaf Floris V aan de stad Dordrecht het recht om makelaars aan te stellen. Dat recht werd zeven jaar later vastgelegd in een zogenaamde ‘keur’, een document dat nog steeds in het gemeentearchief van Dordrecht bewaard wordt. Tot aan het eind van de 17e eeuw bemiddelde de makelaar bij de handel in schepen, textiel, meubels, specerijen, koffie, thee, graan, etenswaar andere handelswaar die vanuit alle delen van de wereld naar Amsterdam gebracht werd om verhandeld te worden.

Het makelen, dat bij een keur van 1495 nog door de Amsterdamse regering werd verboden, werd in de 16de eeuw in zoverre toegestaan, dat de stad zelf een aantal makelaars benoemde.  In 1530 werd het beroep van makelaar er gelegaliseerd. De gegadigden konden zich bij de burgemeester melden om hun bekwaamheid te laten toetsten.

Grootste van Europa

In de 16e eeuw nam Amsterdam de plek van Antwerpen over als grootste havenstad in de regio. Tijdens de opstand tegen de Spaanse koning Filips II werd Antwerpen in 1585 door Spaanse troepen geplunderd. Dit staat beter bekend als de val van Antwerpen. De positie van Antwerpen verzwakte aanzienlijk en veel, met name Joodse, kooplieden kozen ervoor zich in Amsterdam te vestigen. Voor Amsterdam betekent dit vooral één ding: welvaart. Een periode van bloei en rijkdom brak aan, beter bekend als de Gouden Eeuw. Amsterdam werd de grootste stapelmarkt van Europa. De pakhuizen langs het water herinneren daar nog aan.

Share

Voor meer informatie verzoeken wij u vriendelijk te bellen

+31.6.54773337

Vorige Zilver Archief overzicht Volgende

Ontvang onze nieuwsbrief

Inschrijven
Meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze collectie, beurzen en de laatste nieuwsberichten.