Dit juweel valt niet alleen op door het prachtige virtuoze ontwerp, ook de sterke, driedimensionale compositie en de verfijnde uitvoering maken nieuwsgierig naar de maker: Paul-Gabriel Liénard. Dat zijn oeuvre zo klein is gebleven ligt duidelijk niet aan zijn talent maar aan de omstandigheden die zijn loopbaan een andere richting gaven. Wat hij nog had kunnen maken als dat niet was gebeurd, blijft gissen.
Deze zeldzame Art Nouveau-hanger met twee hagedissen is een uitzonderlijk werk van de Parijse juwelier Paul-Gabriel Liénard. De elegante hanger is uitgevoerd in 18-karaat goud en email en toont tweehagedissen op een langgerekte tak. Opvallend zijn de dynamische houding van de dieren en de subtiele kleurnuances in het email. De staarten krullen omhoog en komen samen bij het oog waaraan de hanger wordt gedragen. In het midden en aan de onderzijde zijn twee barokparels aangebracht. Het stuk draagt Liénards meesterteken en kan worden gedateerd tussen 1905 en 1910: de korte periode waarin zijn meesterteken werd afgeslagen en hij als zelfstandig juwelier een aantal bijzondere juwelen maakte.
Hagedissen en Art Nouveau
In art-nouveau juwelen verschijnt de hagedis als een symbool van vernieuwing, aanpassingsvermogen en levenskracht. De Victoriaanse fascinatie voor reptielen – gevoed door wetenschappelijke ontdekkingen en exotische verzamelingen – vormde het vertrekpunt, maar in de art nouveau werd dit motief veel eleganter en sensueler uitgewerkt, met vloeiende lijnen en, zoals hier te zien is, veel drie-dimensionaler.
Leerling van Grasset
Liénard werd geboren op 10 maart 1880 in Parijs, in de Rue Basse du Rempart. Hij was de zoon van Louis Appolinaire Liénard, klerk bij de Rekenkamer, en Claire Adam, directeur van het hoger onderwijs voor vrouwen. Na zijn opleiding aan de de École des Arts Décoratifs in Parijs, ging hij in de leer bij de toonaangevende Eugène Samuel Grasset (1845–1917), de invloedrijke, van oorsprong Zwitserse ontwerper die tijdens de Belle Époque in Parijs werkte en naast grafiek ook beeldhouwkunst, meubel- en textielontwerp en juwelen vervaardigde. Grasset geldt als een pionier van de Art Nouveau; onder zijn leiding verfijnde Liénard zijn gevoel voor lijn, ornament en stijl.
Tekeningen en Meesterteken
In 1901 en 1902 neemt Liénard deel aan een tekenwedstrijd in het tijdschrift BJO, waar hij respectievelijk de derde en de tweede prijs won. Deze tekeningen stuurde hij in terwijl hij zijn dienstplicht vervulde bij het 39e infanterieregiment. Zijn ontwerptekeningen laten een grote virtuositeit zien en krijgen al snel internationale bekendheid. Zo maakt het Russische Bolin, destijds hofleverancier van de Tsaren, al in 1901 gebruik van zijn ontwerptekeningen, oa voor een juweel in de vorm van een zeepaardje .
Vanuit een eerste atelier aan de Rue Joubert ontwikkelt hij zich snel. In 1905 wordt zijn meesterteken officieel geregistreerd en het jaar daarop neemt hij deel aan de Salon des Artistes Décorateurs. In 1907 verhuisde hij naar een verkoopsalon aan de Rue Cambon en vervolgens naar zijn juweliershuis aan de prestigieuze 18, Rue du Faubourg Saint-Honoré. In datzelfde jaar exposeerde hij op de Salon des Artistes Français, waar hij een derde medaille verwierf.
Fabricant de Bonneterie
In 1920 overlijdt zijn eerste echtgenote Jeanne Curtenelle en in 1925 hertrouwt hij met Lucille Marie Renée Dickson, dochter van textielfabrikant Émile Dickson, president van de vereniging van fabrikanten van zeildoek en technische weefsels. In de huwelijksakte wordt Liénard dan omschreven als “fabricant de bonneterie”, wat erop wijst dat hij zijn juwelierspraktijk grotendeels heeft verlaten ten gunste van een functie binnen het bedrijf van zijn schoonfamilie. Vanaf het midden van de jaren twintig reist hij regelmatig naar New York, aanvankelijk als kunstenaar-ontwerper en later als importeur en treedt hij daar tevens op als spreker en vertegenwoordiger van Franse veteranenorganisaties (Croix de Feu).
Klein Oeuvre
Juist door deze relatief korte maar intensieve periode als zelfstandig juwelier is het oeuvre van Liénard beperkt gebleven. Slechts een klein aantal juwelen worden in de literatuur afgebeeld en kunnen met zekerheid aan hem worden toegeschreven. Van enkele van die stukken is bekend waar ze nu zijn. Zo heeft The Museum of Fine Arts Boston één juweel van Liénard in de collectie, een grote, langwerpige Seaweed broche (1908). In de collectie van Qatar Museums bevindt zich de 'Myosotis'-tiara (1905) van goud, hoorn, diamanten en parels. Het Hessisches Landesmuseum in Darmstadt heeft een viertal kleinere juwelen van Liénard in de collectie. In het standaardwerk over Franse juwelen van tijdgenoot Vever staan elf werken afgebeeld, allen gedateerd tussen 1905 en 1908, maar het is niet bekend of deze er nog zijn.
Tot deze zeldzame groep behoort deze hanger met hagedissen, die als een sleutelstuk in zijn oeuvre wordt beschouwd. Het sieraad laat goed zien waar Liénard sterk in was: technisch raffinement, naturalistische diermotieven en een elegante, uitgesproken Art Nouveau-stijl.
Met dankbare erkentelijkheid aan de heer Richard Jean Jacques.