Dierbroches zijn van alle tijden, maar in de jaren ‘60 van de 20e eeuw worden ze weer opvallend populair. Speels van toon en vaak luxueus uitgevoerd in goud en edelstenen worden het echte eyecatchers. Deze vogelbroche is daar een goed voorbeeld van: helder van vorm, contrastrijk van kleur en gemaakt om gezien te worden.
Toekanbroche van Koraal, Saffieren en Diamant
Deze toekanbroche werd in de jaren zestig vervaardigd door de Zwitserse juwelier Gübelin. Het ontwerp combineert vier materialen: koraal voor de gebogen snavel, gesneden saffieren voor het lichaam, een briljantgeslepen diamant als oog en achttienkaraats goud voor kop, rug en poten. De vogel rust op een naturalistisch uitgewerkte dubbele tak. Dertien gesneden saffiercabochons, met een gezamenlijk gewicht van circa tien karaat, vormen een doorlopend gevederd borstvlak. Het reliëf verleent het oppervlak schaduwwerking, volume en een levendige structuur en getuigt van Gübelins technische vakmanschap.
Gübelin
Gübelin vindt zijn oorsprong in de horlogemakerswerkplaats die in 1854 in Luzern werd geopend door Mauritz Breitschmid. Eduard Jakob Gübelin, geboren in 1861, leerde het vak bij Breitschmid en trad in 1886 in het huwelijk met diens dochter, Bertha Sophia. In datzelfde jaar werd hij mede-eigenaar van het bedrijf. De onderneming groeide gestaag en richtte zich, naast horloges, op het vervaardigen van juwelen voor een veeleisende clientèle. In de jaren 1920 opende Gübelin een eigen juwelenatelier en werd een gemmologisch laboratorium opgericht voor het testen en certificeren van edelstenen, waarmee ontwerp, vakmanschap en wetenschappelijke expertise nauw met elkaar werden verbonden. Latere initiatieven — waaronder het Gübelin Gem Lab in Hongkong, de Gübelin Academy en Provenance Proof — weerspiegelen een bestendige visie waarin edelstenen en kennis centraal staan. Het bedrijf is sinds de oprichting in familiebezit gebleven.
Gesneden Saffieren
Aan het begin van de twintigste eeuw ontstond in Europa een groeiende belangstelling voor Indiase en Mogol-juwelen, waarin gesneden edelstenen een prominente plaats innamen. In 1901 gaf koningin Alexandra van Engeland opdracht tot het vervaardigen van een halsketting in Indiase stijl, te dragen bij haar Indiase gewaden — een vroeg teken van deze opkomende fascinatie.
In 1911 maakte Jacques Cartier zijn eerste reis naar India, waar hij gefascineerd raakte door de levendige kleuren en traditionele slijpvormen van de juwelen die door Indiase vorsten werden gedragen. Hij keerde terug met talrijke gesneden edelstenen, waarvan de geometrische lijnen en krachtige kleuren harmonieerden met de zich ontwikkelende Art Deco-stijl. Juweliershuizen als Cartier, Chaumet en Mauboussin verwerkten Indiase motieven — bloemen, bladeren en bessen — in moderne ontwerpen, waarbij gesneden gekleurde stenen vaak werden gecombineerd met diamant, bergkristal en platina.
Met name Cartier ontwikkelde de zeer herkenbare “Hindou”-stijl, later bekend als “Tutti Frutti”, gekenmerkt door een uitbundig gebruik van gesneden robijnen, smaragden en saffieren. Indiase maharadja’s, die naar Parijs reisden om hun edelstenen in westerse monturen te laten herzetten, droegen in belangrijke mate bij aan de verbreiding van deze mode.
In deze Gübelin-broche uit de jaren zestig staat het snijwerk centraal in het ontwerp. De saffieren geven het lichaam een plastische, bijna sculpturale volumewerking, terwijl de koraalsnavel warmte en een organisch contrast toevoegt. Het fonkelende diamanten oog brengt de expressie van de vogel tot leven.
Toekan
Met zijn grote, gebogen snavel vertoont de broche de meeste gelijkenis met een toekan, een vogel die inheems is in Midden- en Zuid-Amerika. Het heldere silhouet zorgt voor onmiddellijke herkenbaarheid, terwijl bij nadere beschouwing het hoge niveau van vakmanschap van Gübelin zichtbaar wordt.
Juwelen met Diermotieven in de 60-er Jaren
De juwelen van het midden van de twintigste eeuw weerspiegelden het naoorlogse optimisme en de groeiende welvaart. Formele ontvangsten maakten plaats voor cocktailfeesten, terwijl creativiteit en individualiteit bepalende waarden werden. De sieraden uit deze periode vormden een afspiegeling van maatschappelijke veranderingen. Glamour overheerste in een breed scala aan stijlen, van uitbundige diamantjuwelen tot kleurrijke, speelse en fantasierijke ontwerpen.
Met name diermotieven, die al langer in de juweelkunst aanwezig waren, kregen in de jaren zestig een lichtvoetig en humoristisch karakter. Van Cleef & Arpels liep voorop met geestige, met edelstenen bezette menagerieën — uitgevoerd in goud en versierd met kostbare en halfedelstenen. Al spoedig volgden andere vooraanstaande huizen.
Deze broche toont aan dat deze tendens niet tot Frankrijk beperkt bleef. Ook in Zwitserland wist Gübelin met deze krachtige toekan de geest van de tijd treffend te vangen.