De Bömcke Terrine

Deze uitbundig gedecoreerde terrine met onderschotel, gemaakt door Valentijn Caspar Bömcke in Amsterdam in 1767, is een van de meest uitgesproken voorbeelden van de Rococostijl in Nederland. Vooral in Amsterdam ontwikkelde deze stijl zich tot een niveau niet zou misstaan in Parijs, waar de stijl in meest extravagante vorm werd toegepast.

Internationaal Georiënteerd

De basisvorm van deze terrine en de bijbehorende onderschotel is zeer ingetogen en daarmee typisch Hollands. De rococostijl is fraai toegepast in de brede, uitgesproken rocaille rand op de onderschotel en het deksel. De stijl is ook zeer krachtig terug te vinden in de prominent gegoten poten, de handgrepen en het ornament met de granaatappel en vogels op het deksel. Deze zijn voor Hollandse begrippen zeer uitgesproken en zeer gedetailleerd uitgevoerd. Het verendek van de vogels is met veel precisie uitgewerkt om een levensecht effect te creëren.Het gebruik van gegoten ornamenten in de vorm van dieren in dit formaat is uitzonderlijk in Nederlands zilver. Zilversmeden uit Den Haag en Amsterdam waren, vaak door ontwerptekeningen die rondgingen, goed op de hoogte van de laatste mode en ontwikkelingen uit het buitenland. Valentijn Caspar Bömcke blijkt een grote belangstelling te hebben gehad voor de ontwerpen die zijn collega zilversmeden uit Engeland en Frankrijk maakten. Bij het ontwerpen van deze terrine heeft Bömcke zich zeer duidelijk laten inspireren door het werk van de Franse hof-zilversmid Thomas Germain en zijn zoon François Thomas.

Germain

Thomas Germain was, samen met zijn tijdgenoot Juste-Aurele Meissonnier, de belangrijkste Parijse zilversmid in de rococo periode. Germain was vooral bekend door zijn grote, in zilver nagegoten planten en dieren die hij als ornamenten op zijn stukken toepaste. Hierdoor werd hij niet alleen als zilversmid maar ook als beeldhouwer gezien. Het succes van Germain aan het Franse hof bleef niet onopgemerkt. In 1720 werd hij tot orfèvre du Roi (de zilversmid van de koning,) benoemd en al spoedig kreeg hij ook vele opdrachten van andere hoven zoals Rusland, Portugal en Denemarken. Zo verspreidde zijn kenmerkende stijl zich zo over Europa. Na zijn overlijden in 1748 werd zijn atelier voortgezet door zijn zoon François Thomas Germain die, in navolging van zijn vader, de titel sculpteur orfèvre du Roi kreeg van Lodewijk XV.

Ultieme Nederlandse Vertaling

Er zijn geen andere Nederlandse zilversmeden bekend die zo duidelijk in deze voor Germain zo kenmerkende stijl gewerkt hebben als Bömcke. De granaatappel en de vogels op het deksel van deze terrine zijn geheel naar het leven vormgegeven net zoals vader en zoon Germain dat deden. Ook de vorm van de poten en de rocaille kragen op de onderschotel en het deksel van deze terrine zijn rechtstreeks afgeleid van de terrines die vader en zoon Germain gemaakt hebben. Aan de hand van de terrine uit 1733, die Thomas Germain vervaardigde als onderdeel van het Penthièvre-Orléans servies, die nu in de collectie van het Detroit Institute of Arts zit en het exemplaar wat zijn zoon maakte in 1756, nu in het Museum Nacional de Arte Antiga in Lissabon, is dat duidelijk te zien. Bömcke heeft deze ornamenten toegepast op een verder ingetogen, gladde basis vorm waarmee hij de ultieme Nederlandse vertaling heeft gecreëerd van de Franse rococo.

Terrine

De naam terrine is afgeleid van het Franse 'terre', aarde; oorspronkelijk was een terrine gemaakt van Aardewerk. De meest luxe exemplaren werden van zilver vervaardigd en waren voorbehouden aan de hoogste klassen. Terrines waren het grootste onderdeel van het zilveren tafelservies wat werd gezien als een belangrijk deel van de vereiste uitrusting. Vorsten lieten zich niet voor niets met hun zilveren servies bewonderen door hun onderdanen als zij de maaltijd gebruikten. Zo werd duidelijk zichtbaar hoe rijk en machtig ze waren. Ook gezanten van de Republiek waren van mening dat zij zich in het buitenland niet waardig konden vertonen zonder een zilveren servies. In Engeland was het gebruikelijk dat een zilver servies, of onderdelen daarvan, aan ambassadeurs ter beschikking gesteld werd door het ‘Jewel House’, de zilverkamer van de Engelse vorst, als zij op pad gingen.

Nog Slechts Drie

In een Haagse bestelling uit 1749 komt al een grote terrine voor, Amsterdam volgde wat later. Het ligt in de lijn der verwachting dat er in de tweede helft van de 18e eeuw een aanzienlijk aantal zilveren terrines vervaardigd zijn in Nederland. Toch is het aantal grote exemplaren zoals deze, zeer beperkt. Uit Amsterdam zijn slechts zes andere terrines bekend in de rococostijl, waarvan twee aanzienlijk kleiner van formaat zijn. Al deze exemplaren bevinden zich in museale collecties. Opmerkelijk is dat ze allen gemaakt zijn tussen 1764 en 1767. Van Bömcke zijn tot nu toe nog drie terrines bekend. Drie jaar voordat hij dit exemplaar maakte, heeft hij een grotere variant gemaakt, die net als deze terrine voorzien is van gegoten dieren en vruchten als ornamenten op het deksel. Dat exemplaar uit 1764 maakt deel uit van de Gilbert Collection in het Victoria en Albert museum in Londen. In 2001 waren beide terrines naast elkaar te zien in het Rijksmuseum tijdens de tentoonstelling Rococo in Nederland.

Bömcke

Valentijn Caspar Bömcke werd in 1728 geboren in Dortmund. Hij was de zoon van Diederich Wilhelm Bömcke en Anna Catharina Balthasar. Het is niet bekend wanneer Valentijn naar Amsterdam verhuisde alwaar hij op 22 april 1757 in het huwelijk trad met Christina Machtelt Halfman van Schermbeek. Het echtpaar woonde aan de Noorderstraat. In dat jaar verwierf hij ook het poorterschap en vermoedelijk is hij in dat jaar, of kort daarna ook ingeschreven als zilversmid in Amsterdam. Christina overleed in 1772 en een jaar later huwde Caspar voor de tweede maal, dit keer met de eveneens van origine Dortmundse Anna Geertruy Regenhertz. Caspar woonde toen aan de Nieuwmarkt. Anna Geertruy overleed reeds zes jaar later in 1779. Caspar zelf overleed in 1782 toen hij aan de Lange Leidsedwarsstraat woonde. Na zijn dood is een inventaris opgesteld waarin vermeld staat dat hij de laatste twee jaar werkzaam was voor de gebroeders Peirolet, kashouders in Amsterdam.

Gekeurd op de onderzijde van de terrine en schotel met stadskeur Amsterdam, meesterteken VCB, jaarletter H en de Hollandse leeuw. De binnenzijde van het deksel is gekeurd met het meesterteken en de Hollandse leeuw. Tevens gekeurd met het belasting keur van 1795 (L)

Literatuur
Catalogus Oude Kunst en Antiekbeurs, Delft 1952, A. Nijstad Lochem stand 8
Tentoonstellingscatalogus Rococo in Nederland, Rijksmuseum 2001 cat. nr 68

Herkomst
Collectie Nijstad, 1952
Veiling Christies, 1983
Particuliere collectie 

Share

    This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.

    Previous item Zilver overview Next item

    Join our newsletter

    Sign up
    Meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze collectie, beurzen en de laatste nieuwsberichten.